Vrijdag 17 september

Op de luchthaven was het superdruk en het was dan ook even zoeken naar de bagage. De auto ophalen ging veel vlotter. 442€ betalen, de auto even geïnspecteerd en op weg.

De eerste halte was Knossos (6€), dat vlak buiten Heraklion ligt. Allemaal zeer mooi maar het geeft een beetje een wrange nasmaak omdat je weet dat het meeste door Sr. Evans allemaal gereconstrueerd is en er van de authenticiteit niet veel meer overblijft. Zoals op alle andere historische sites liggen alle gevonden voorwerpen in het historisch museum van Heraklion. Dan ging het met de auto verder naar het bergdorpje Kastelli waar we meteen de eerste inkopen deden (15€). Meteen verder gereden naar het Lassiti  plateau want in Kastelli zelf was geen fluit te zien.

Onze eerste overnachtingsplek was pension Dyonnisos (30€) in het gehucht Magoulas. De uitbaatster was Belgisch gezind want in het restaurant zagen we meteen allerlei verschillende soorten Belgisch bier en ook op de wereldkaart was ons kikkerlandje vet aangeduid. Bleek dat goede vrienden van haar Belg waren en zij was met haar man ook al op verlof geweest in Poperinge.  ’s Middags konden we nog even buiten zitten op het terras maar ’s avonds was het op deze hoogte ferm koud (tegen de muur hingen allemaal foto’s van een volledig met sneeuw bedekt Lassiti plateau) ’s Avonds maakten we nog een kort wandelingetje door het dorp.

Voor het avondeten (tegen 20u, we waren zelfs nog eerst) koos ik meteen voor Gyros, iets dat ik dit verlof nog wel vaker zou eten. Een half litertje Retsina erbij en een Griekse sla (gelukkig nog niet ondergedompeld in de olijfolie) en we speelden onze eerste Griekse maaltijd naar binnen. Na 21u kwamen dan de eerste Grieken binnengevallen. Verder zat er ook nog een Duits jong koppel uit Aken maar die hebben we nadien niet meer terug gezien. Wij hielden het voor bekeken rond 22u en doken ons bed in.

Zaterdag 18 september

Heerlijk geslapen. Rond 8u een English Breakfast en een uurtje later waren we op weg voor onze eerste grote wandeling. Toen we buiten keken zag het weer er niet zo rooskleurig uit. Veel bewolking en ook niet echt warm. We reden naar de startplaats van onze tocht in Kato Metohi. We parkeerden de wagen in het dorp en liepen nog een stukje over het asfalt.  Over een brug ging het dan links een onverharde weg in. We kwamen wat bouwvakkers tegen die enorm nieuwsgierig zijn naar waar we gingen. Als we “ Afendis” antwoordden kregen we direkt een hele uitleg terug maar we snapten er echt geen letter van. We maakten hem wijs dat we een rondwandeling wilden maken. Achteraf kwamen we tot de conclusie dat hij ons waarschijnlijk de brede, onverharde weg wou aanraden. We volgden een oud muilezelpad tot op een hoogte van 950m. Hier ging het linksaf verder via een onverharde weg. We liepen nu bijna in de wolken. Plots zagen we een aantal gieren boven onze kop op de thermiek hoogte winnen. Prachtig om die beesten in het wild van zo dichtbij te zien. Deze weg volgden we verder tot een punt waar hij 180° draaide en er links een smal pad de hoogte in ging. We gingen even steil naar boven en hoorden toen het geblaf van meerdere honden. Voorzichtig piepten we om de hoek en zagen dat de beesten allemaal vast lagen. We liepen verder tot voorbij de boerderij en toen hield het pad op. Tot hier ging het allemaal vrij vlot. Als er toch weer even een pad was, volgden we het maar veel stelde het allemaal niet meer voor. We liepen over een redelijke steile rotsplaat naar onder. Daar weer even een pad en dan zagen we ons volgende doel, een klein stenen huisje boven op een bergflank, liggen. Er liep een pad die richting uit en besloten dit te volgen. Het pad bleef echter op hoogte en na een bocht ging het zelfs in dalende lijn. Dat kon dus niet. Miljaar! Terug naar waar we het stenen hutje konden zien en dan maar op de wilde weg naar boven. We zaten nu bijna volledig in de mist en de oriëntatie werd steeds moeilijker. Volgens de wandelgids moesten we nu gewoon in ZW-richting verder omhoog. Van een pad was al lang geen sprake meer en ik maakte ook nog eens een uitschuiver en hing vol stekelige distels. We zagen een topje uit de mist doemen en dachten dat dit de Afendis moest zijn. Kompas gericht en naar boven lopen. Halverwege zagen we terug een pad lopen. We daalden een stukje af om via dit pad verder te lopen maar ook dit was geen duidelijke weg naar boven. De zichtbaarheid was op sommige momenten echt slecht en we werkten dan maar verder naar boven. Op de top aangekomen zag je echt geen flikker. Van een kapelletje dat volgens onze wandelgids op de top stond zagen we ook al niks. Dit was de top dus nog steeds niet! Dan maar verder omhoog. Toen de mist even optrok zagen we onder ons in ZW-richting een onverhard pad lopen. Hier zouden we naartoe proberen te werken. Er in rechte lijn naar toe lopen ging niet want het was veel te steil. Dan maar nog verder naar boven. Plots doemde uit de mist een grote antenne op, ik bepaalde vlug een kompasrichting en we liepen verder die richting uit. We kwamen op een onverharde weg, ik stelde voor om maar naar beneden te gaan maar Sandy wou nog verder omhoog. En dit bleek een goede beslissing. 5 minuten later stonden we op de Afendis, weliswaar zonder enig zicht in welke richting dan ook. Je zag zelfs het kapelletje amper staan. We hielden een lunchpauze en werden even later dan toch beloond voor onze moeite. De bewolking zakte en plots zaten we boven de wolken. De hoogste toppen staken erboven en het was werkelijk prachtig. Vlug een aantal foto’s gemaakt en tegelijk vollen bak genieten. Echt een droomuitzicht. Om 15u. begonnen we aan de afdaling. We volgden gewoon de onverharde weg naar beneden. De meeste bewolking was inmiddels weggetrokken en het zonnetje brandde dan ook fel. Onderaan een splitsing kozen we voor het linkse pad, opnieuw een verkeerde keuze want het liep dood. Terug naar boven en zo hadden we weeral 30min. verspeeld. Ik stelde voor om gewoon de telefoonmasten te volgen want die kwamen altijd uit in het dorp. We moesten hiervoor wel een ijzeren hek wat demonteren maar we zaten nu tenminste in de goede richting. Om 17.30u bereikten we het dorpje Plati. Hier naar links en via de geasfalteerde weg (30 min.) terug naar Kato Metohi waar de wagen stond geparkeerd. We reden verder naar Tzermiado waar we nog een lading fruit insloegen. Dan ging het verder naar Elounta. Het was al donker wanneer we hier aankwamen en we kozen dan ook maar voor de eerste beste overnachtingsplek. Die vonden we wel maar het was ook onze duurste overnachtingsplek (35€).

Zondag 19 september

We begonnen de dag om 8.30u met een zelf gekocht ontbijt op ons terras. Het was nog vroeg maar op het terras toch al enorm warm. We rekenden af (sloegen nog een cakeje naar binnen, mag wel voor dat geld) en reden met de auto naar Plaka waar we voor 6€ een bootticket kochten om naar Spinalonga te varen. Om 10u vertrok de boot. De kapitein was een zure vent en voor een tripje van amper 5min was ook dit weer veel te duur betaald. Eens aan de ingang moest je nog eens inkom betalen (2€) om in het eigenlijke fort binnen te mogen. Omdat we zo vroeg waren was het er gelukkig nog rustig. Het Venetiaanse fort en de overblijfselen van de gemeenschap die de melaatsen hier hadden opgebouwd lieten inderdaad toch wel een indruk na. Om 11u kwam de boot ons weer oppikken.

Daarna was het tijd voor onze tweede wandeling. Aan de kust was het veel warmer dan in de bergen en als de wandeling dan ook nog eens met een steile klim begon was het meteen puffen. Aan het eind van dorp draaide de geasfalteerde weg naar links de hoogte in, hier moesten we rechts een onverhard pad naar boven nemen. Boven op de berg had je de mooiste uitzichten over Spinalonga en de Mirabella golf. Wij liepen verder over een verharde weg tot aan een windmolenpark. Van hier zag je het kleine kerkje van Agios Ioannis staan en was het nog een klein half uurtje lopen tot daar. We namen een lunchpauze en vertrokken dan via een ander pad dat langs de zee liep (niet de weg van de wandelgids) terug naar Plaka. Om 15.30u waren we weer terug bij de auto. Opnieuw de auto in en verder naar Agios Nikolaos (zo’n 20km. van Plati). Daar aangekomen gingen we op zoek naar hotel Eva omdat dit door de Trotter gids nog al goed stond aangeprezen. De kamers waren simpel maar goedkoop (20€). De uitbaatster was erg vriendelijk maar sprak geen woord Engels, het was dan ook behelpen. Dan doken we het gezellige stadje en dronken op één van de terrasjes een frisse pint. We waren al snel gewend aan de late eettijden van de Grieken. Van de echte Griekse sfeer is in de badsteden helemaal niks meer over. Opdringerige obers proberen je hun restaurant binnen te lokken en je wordt om de vijf meter aangesproken. Verschrikkelijk. Uiteindelijk belanden we ergens op een dakterras met uitzicht op de oude haven. Op de terugweg werden we nog aangesproken door een stomme Engelsman die ons een boottrip wou aansmeren “Hey chaps, do you fancy a boat trip” typisch Grieks! Rond 22u kropen we dan in ons bed maar van slapen was die nacht niet veel sprake. Even verderop lag een fijne Engelse Pub en er was lawaai tot een kot in de nacht.

Maandag 20 september

Na een korte nachtrust pakten we ons boeltje weer in. Nog betalen en goeiendag zeggen en weer op weg. Net buiten het centrum stopten we aan een Spar omdat we nog inkopen moesten doen en we ook nog niks gegeten hadden. Ontbijten deden we ergens op een parking langs de kant. Dan ging het verder naar het dorpje Mochlos waar we kort voor de middag aankwamen. Onmiddellijk liet dit dorpje een goede indruk achter. We parkeerden achteraan ergens en gingen op zoek naar een kamer. Er was opvallend veel bezet maar toch vonden we voor 28€ een prachtkamer met een mooi terras en zicht op zee. Heerlijk. Dan trokken we onze wandelschoenen aan voor een tocht naar het hoger gelegen dorpje Sfaka. Het eerste halfuur liepen we over een geasfalteerde weg. Dan moesten we ergens rechtsaf aan een pad dat zogezegd stond aangegeven met een blauwe pijl maar niks te vinden. Een paar keer op en neer gelopen en ook nog een weg ingedraaid die eindigde op een erf met een blaffende hond. Dit werd niks en onze goesting was dan ook al lang over. Om een uur of twee ’s middags waren we al terug en we aten dan maar lunch op ons terras. Dan ging het voor de eerste keer dit verlof richting strand voor een plons in de zeeNog een ijsje daarna en dan de douche in. Op de kamer hielden we een eerste overleg wat betreft de beklimming van de Psiloritis. Normaal zouden we op vrijdag gaan via de super lange zuidroute vanaf Kamares, maar als zo’n simpel wandelingetje als vandaag al problemen gaf? Het dorpje Mochlos straalde gewoon gezelligheid uit, maar het avondeten viel spijtig genoeg dik tegen. We gingen voor de verse vis en een Griekse sla. Die verse vis kostte veel geld (in vergelijking toch met andere dorpen) en de sla trok op niks. Ook het ontbijt ’s morgens viel tegen, 2 karige broodjes met confituur en een stukje cake.

Dinsdag 21 september

Na het ontbijt ’s morgens ging het verder oostwaarts, richting Sitia. In deze stad was niks te zien en we reden snel weer verder. We reden ineens verder richting Vai maar miste ergens een afslag. Daardoor moesten we eerst nog door het dorp Paleokastro. Een kilometer of tien verder lag het wondermooie strand van Vai (hier was ooit het reclamefilmpje van Bounty opgenomen). Hier groeit ook het enige wilde palmbomenbos van Europa. Vai wordt elke dag overstroomd door busladingen toeristen.Toen wij aankwamen was het nog rustig. Eigenlijk wilden we hier niet zwemmen maar de verleiding was te groot. Terug naar de auto om de zwemkledij aan te trekken. Rond 12u30 werd het al te druk en hadden we het wel gezien. Terug de auto in en naar Paleokastro om een kamer te zoeken. In het eerste pension was alles volzet maar bij de buren was nog plaats. De vrouw des huizes was niet thuis maar haar man liet ons de kamer zien. Heel basic, maar voor 20€ spotgoedkoop. Dan terug de auto in en via een prachtig landschap verder naar Zakros, in het zuidoosten. Voor het eerst was het echt heet en de airco in de wagen draaide op volle toeren. 2,5km.  voorbij Zakros  was een parkeerplaats en vertrok er een wandelpad dat afdaalde tot in de Zakros kloof. De Zakros kloof was heel mooi, een soort Gran Canyon. In de rotsen waren vroegen de graven van de Minoërs daarom dat de kloof ook wel eens de “dodenkloof” wordt genoemd. Tot het gehuchtje Kato Zakros was het ongeveer een uurtje stappen. De Trotter gids maakte melding dat dit nog een authentiek dorpje was waar nog geen invloed was van toerisme. Dit klopte niet, er stonden al enkele pensions en de opdringerige obers waren ook al van de partij. We dronken een pint bij één of andere rare kwiet die bij elke nieuwe klant een aantal standaard zinnetjes afbrabbelde. Authentiek was dit zeker niet. Om 16u15 liepen we terug, maar nu langs de bovenzijde van de kloof over een brede weg. Een uurtje later waren we terug bij de auto en rijden we terug naar Paleokastro. Daar verkenden we nog even het dorpje en aten een ijsje. ‘s Avonds waren we gaan eten bij restaurant Elena. Spotgoedkoop en een erg vriendelijke madam die ons per sé Grieks wou leren. Ik at konijn en Sandy ging voor een Bifteka, wat trouwens niets te maken had met biefstuk. Nog een wijntje erbij en een Griekse sla voor 18,5€. We waren nog niet goed op de kamer of plots viel alle stroom uit (iets dat wel vaker gebeurt op Kreta) in het dorp. Daarom stonden er dus kaarsen op de kamer. Wel gezellig zo.

Woensdag  22 september

We waren deze morgen weer vroeg op. Nog even de rekening betaalt  (supervriendelijke vrouw, sprak goed Frans en volgens haar waren alle Belgen vriendelijke mensen) ,wat koffiekoeken gekocht bij de bakker, de kaartjes gepost en weeral op weg. We stopten nog even aan een klooster dat vaak bezocht wordt maar reden snel weer verder. Ook de eerste tankbeurt na 350km. Eens aangekomen in Makrigialos vonden we het beginpunt van de wandeling niet. Eerst waren we de verkeerde straat ingereden maar langs de weg lag wel een prachtige pick-nick plek met uitzicht op Makrigialos  en de kust. Daarna zochten we verder maar uiteindelijk belandden we in het dorpje Pefki, aan het begin van de kloof. Het weer zag er, zeker in de bergen, niet zo goed uit. Warm was het wel maar de eerste regenbui hing in de lucht. De weg naar de kloof stond goed aangegeven. Een prachtige kloof met in het midden een soort jungleachtig decor. Aan de uitgang kwamen we aan een splitsing en besloten we om nog een stukje rechtdoor te lopen verder richting kust. Plots hield het pad op en konden we onmogelijk verder. Vervelend maar we moesten dezelfde weg terug en ook weer langs de kloof naar boven. Ongeveer een half uurtje voor het einde van de wandeling begon het dan toch te regenen. We schuilden onder een boom. Veel stelt het niet voor die regen hier, in feite is het zelfs aangenaam en bracht het wat verkoeling. Terug aan de auto besloten we om maar meteen verder te rijden richting Ierapetra. Deze stad heeft voor toeristen weinig te bieden en na onze inkopen in de Spar reden we maar meteen weer verder. Uiteindelijk strandden we in het dorpje Mithos, een kleine 15km. voorbij Iereptra. We reden door de smalle straatjes en werden direkt aangesproken door een vrouw die kamers verhuurde. Ze vroeg eerst 28€ maar we pingelden af naar 25€. Een mooie kamer met een groot terras. Nadat we de bagage naar boven hadden gesleurd moest ik de wagen ergens anders parkeren. Ik nam van de gelegenheid ook maar ineens gebruik om de rekening te vereffenen in het kantoor (!!??) van die madam (ze verhuurde ook nog auto’s) We warmden de hotdogs op die we hadden gekocht en de volgende 2 ½  uur maakten we een planning voor het verdere verloop van onze reis. Door het slechte weer in de bergen moesten we onze Psiloritis plannen voor vrijdag definitief opbergen. Bovendien was de Kamares route te zwaar en was een overnachting ergens in de bergen bijna onvermijdelijk. Na veel overleg komen we overeen om de Psiloritis te verschuiven naar de laatste of voorlaatste dag en hem vanaf de noordzijde te beklimmen.  Eigenlijk hadden we niet veel honger meer maar we gingen toch nog maar een hapje eten en het dorpje wat verkennen. Alhoewel de trotter gids er anders over dacht, bleek Mithos best wel een gezellig dorpje te zijn. Bij restaurant Frisvos aan de zee aten we een Gyros schotel met een Griekse sla voor 16,5€. Een echte Griek diende als ober.

Donderdag  23 september

Om half acht opgestaan en dan een heerlijk ontbijt op het terras. Heel onze boel weer ingepakt en rond 9u waren we weer op pad. Vanuit Mithos was het ongeveer een kwartiertje uurtje karren tot in Mithi aan het begin van de avontuurlijke Sarakinas kloof. Dit was geen lange wandeling maar wel een belevenis op zich. Door de kloof stroomde immers altijd water en de wandelschoenen konden we dan ook al snel in de rugzak steken. Met de tevas aan klommen we op rotsen (glad!), liepen door het water en beklommen we watervalletjes. Allemaal plezant. Op het laatst werd het nog moeilijk want het water kwam zo hoog dat ik de rugzak boven mijn kop moest houden. Vervolgens moesten we dan nog op een wankel laddertje klimmen en over een spekgladde rots naar boven klauteren. Dan was het nog een kwartiertje rustig door het water wandelen tot we op een onverhard pad kwamen. Daar ging het rechts en verder tot op een asfaltweg. Deze liepen we in dalende richting verder tot aan de auto. Rond de middag vertrokken we dan weer verder op zoek naar een mooi strand. Dit vonden we in Tsoutsouro. In het dorp zelf was bijna geen kat te zien en het prachtige strand was zo goed als leeg. Wel stond op het einde van het dorp een taverne waar allemaal jeeps stonden geparkeerd. Ongetwijfeld een uitstap van één of ander hotel. De weg naar hier was ook prachtig. Vanuit Mithos verlaat je de bergen en rij je meer door een vlak gebied. Vanaf de hoofdbaan tot aan Tsoutsouros was het ongeveer 16km. door een verlaten woestijnlandschap. Rond 15.30u hielden we het zwemmen in een wilde zee voor bekeken en reden we verder richting Matala. Op deze wegen rijden er nauwelijks toeristen en je passeert allemaal plaatsen waar geen of nauwelijks toeristen te zien zijn. Echt fraai is het niet, de meeste Grieken rijden trouwens ook allemaal als zotten met grote pick-ups en zien er smerig uit. Om 17u kwamen we aan in Matala. De eerste indruk was niet echt positief. Een massa auto’s op de parking, overal bruingebakken strandkloppers, de ene rooms to let na de andere. Matala geraakte vroeger bekend bij de hippies, die in de grotten sliepen. Nu moet je betalen wil je een kijkje nemen in zo’n grot. We reden door een straat die volstond met “kamers te huur”. Na 10m. worden we al aangesproken door een oude madam die goed Duits sprak (later bleek dat haar man een Duitser was). De kamer beviel ons meteen. Normaal moet je betalen om te parkeren in Matala maar het pension had speciaal een terrein gehuurd achteraan waar je gratis kon parkeren.

Vrijdag 24 september 2004

’s Morgens deden we eerst wat inkopen en daarna ontbeten we op het terras. We namen afscheid van onze gastvrouw en reden verder richting Francocastello. Toch nog even melden dat na Mochlos tot nu toe Matala ons het best was bevallen. Qua weer was het in de bergen weer gene vette. Een goeie beslissing om ons plan te veranderen en de Psiloritis uit te stellen. Het dorp Francocastello stelt echt niets voor maar er staat een mooi Venetiaans fort en het strand is heerlijk. Spijtig genoeg begon het na een uurtje ofzo te regenen en was ons strandavontuur ten einde. Dan maar verder over een slechte weg naar Hora Sfakion. In Sfakia zelf moest je ook weer betalen voor te parkeren en we reden even een stukje terug omdat ik precies wel een gezellig pension had gezien een dorpje eerder. Wij naar binnen maar al snel bleek dat de kamers niet hier waren, maar ergens anders in het dorp. We gingen meekijken en de kamer stelde echt niet veel voor. De gastvrouw sprak alleen Grieks en met de nodige handgebaren kwamen we erachter dat ze 18€ vroeg. Dit was onze goedkoopste overnachtingsplek maar ook de minste. Ze maakte ons wijs dat haar kinderen wel wat Engels konden. Wij dus terug naar het cafe voor wat meer inlichtingen ivm reistijden van de bussen. Eerst kwamen we bij een geblondeerde tuttebel terecht. Ze zou zogezegd Duits kunnen maar toen we “bus” zeiden kon ze al niet meer volgen. Dan maar navragen bij haar zoon. Deze bleek een echte Sfakiaan te zijn. Vroeger waren de Sfakianen een moeilijk volkske, die aan piraterij deden en nog niet zolang geleden de Vendetta  uitvoerden. Nu lijken ze meer op rondwandelende poedels met hun lang, krullend nekhaar. Maar de zoon kon wel degelijk wat Engels en we kwamen te weten dat de bus morgenvroeg om 7u vertrok in het dorp maar dat je best al een halfuur op voorhand buiten ging staan. Daarna reden we weer naar Sfakia waar we net buiten het dorp nog een wandeling gingen maken. Ik stopte nog even aan een bord waar “busstop to Imbros” opstond om even te checken wat die busuren betreft. Volgens de bazin was het halfacht. We hadden dus een marge van een uur zeg maar. In tegenstelling tot andere wandelingen hadden we het beginpunt nu direct gevonden. We liepen over een oud pad tot we aan een diepe kloof uitkwamen. Het pad was hier door erosie helemaal weggeslagen en we moesten afdalen. Langs de andere kant konden we weer verder lopen en kwamen we in de prachtige Inlingias kloof. Een kleine smalle kloof door een dor, woestijnachtig gebied. Regelmatig kwam er wat klim-en klauterwerk aan te pas. Aan een splitsing met een andere kloof gingen we links en kwamen we op een onverharde weg. Die volgden we in stijgende lijn verder tot we op een asfalt uitkwamen. Die moesten we terug bergaf volgen tot in Sfakia. Als het terrein het toeliet namen we wat binnenwegen maar terug op het asfalt geraken werd steeds moeilijker. Dan maar gewoon via het asfalt terug naar Sfakia. We besloten om maar ineens te gaan eten en daarna vroeg in ons bed te kruipen aangezien het morgen vroeg dag werd Uiteindelijk belandden we in een restaurant met zeezicht waar we alweer bediend worden door een soort poedel. Als voorgerecht aten we superlekkere lookbroodjes waar we bovendien ook nog een eeuwigheid moesten op wachten. Daarna at ik een lekker stukje kipfilet en Sandy een Griekse sla. Tijdens het wachten zorgde de garcon toch nog voor een leuke noot door twee keer op dezelfde plek uit te schuiven.

Zaterdag 25 september 2004

Vroeg uit de veren vandaag voor de eerste van drie zware stapdagen. Om half zeven waren we al bijna ingepakt en stond ik op de uitkijk voor de bus. De raadgevingen van de poedel Sfakiaan klopten wel uitstekend, want precies om 7u bolde de bus voorbij (2€) ons pension. De bussen waren hier trouwens heel mooi en proper. Eerst reed de bus nog naar Sfakia waar we alweer de Anders Reizen groep tegen het lijf liepen. Zij maakten vandaag hun laatste tocht want morgen vlogen ze naar huis. Boven aan de ingang van de Imbros kloof was het ijskoud. Veel wind en dichte mist. De wandeling zelf duurde ongeveer 2 ½ uur. Iets voor de uitgang wordt normaal je ticket gecontroleerd maar ook hier zat nog geen man, dwz. geen man maar wel een ezel bewaakte de post. Hij kwam recht voor ons staan en begon te balken. Pas nadat we hem een snee brood hadden gegeven ging hij een stap opzij en konden we passeren. Raar maar waar! Aan de uitgang werden we al aangesproken door kinderen die ons het restaurant van hun ouders probeerden binnen te lokken. We liepen meteen door naar het dorp en betaalden onze kamer in de taverne. We haalden nog al onze bagage op en terwijl we alles aan het inladen waren kwam de vrouw des huizes ook nog even goeiendag zeggen. Vanuit Komitades ging het dan via een prachtige route verder naar Chania waar we even zouden stoppen om de busuren te checken. Maar toen we in Chania aankwamen bleek het enorm druk te zijn. We reden ons direkt vast in het verkeer en van de auto ergens te parkeren was al helemaal geen sprake. We verspeelden zo kostbare tijd en dus besloten we maar om meteen verder te rijden naar Omalos en de stad een andere keer te bezoeken. We moesten ook nog inkopen doen dus hielden we halt in Fournes. We doken een klein winkeltje in en kochten wat kleinigheden. De winkeluitbater was erg vriendelijk (“in Chania everybody has ten cars, most in the world”) en moest per se weten waar we vandaan kwamen en wat we allemaal gingen doen. Hij haalde er dan ook nog maar meteen een wereldkaart bij zodat we konden aanduiden waar “Anversa” nu precies lag. We kregen der nog een gratis appel en een appelsien bovenop en na nog een bezoek aan de bakker (super lekker brood) scheurden we verder. We dachten dat we nog niet genoeg hadden dus hielden we ook in het volgende dorpje nog even halt voor nog wat inkopen. De tijd begon nu serieus te dringen en we koersten nu naar Omalos. Om 13u50 komen we aan bij de parkeerplaats boven bij de Samariakloof. Ik vroeg aan de kassa of we nu nog mochten vertrekken. Als we in Agia Roumelli sliepen was het geen probleem  maar we zouden niet te lang meer mogen wachten anders zouden we voor het donker nooit beneden zijn.  We zwierden alles in de rugzakken en vertrokken met nog een paar zakjes in de hand en een volle rugzak naar onder.Echt ontspanning was dit niet maar we konden op deze manier wel een dag winnen. Hadden we niet langs Chania omgereden dan had alles perfect geklopt, maar ja. Enkel in het begin kwamen we nog wat mensen tegen die naar boven liepen maar eens beneden hadden we de kloof helemaal voor ons alleen. De wandeling zelf was op deze manier werkelijk prachtig. Elke stap was genieten hier. In het dorpje Samaria hielden we een pauze.De combinatie van de stilte en de schoonheid van de natuur deden het tot in mijn kleinste teen tintelen toen we plots voor de machtige ingang van de kloof kwamen. Dit was werkelijk indrukwekkend, niet voor niets komen hier zoveel wandelaars. Van alle kloven is die van Samaria toch zeker de mooiste. Het stappen zelf verliep, ondanks de zware en slecht geladen rugzak, vlot en om 18u30 kwamen we aan de uitgang. We telefoneerden nog even naar huis (ja, er stond zelfs een telefoonkot aan de uitgang) en dan was het nog ongeveer een half uurtje stappen tot het dorp. Bij pension Lefka Ori vonden we wel wat we zochten. Erg gezellig en voor het eerst airco op de kamer. We aten in het restaurant beneden een souvlaki. Uiteindelijk geraakten we aan de klap met de baas van het pension. We kregen er nog wat zonnepitjes bij, raki en een massa druiven. Reken daarbij nog drie halve liters bier om het geheel af te ronden. We kregen nog wat tips over de tocht die we morgen zouden aanzetten en dat was natuurlijk altijd meegenomen. Om 22u30 kropen we (behoorlijk aangeschoten, allez ikke toch) in bed.

Zondag 26 september 2004

Dag 1 van ons groot wandelavontuur. Omdat het gisteren ook al een lange stapdag was besloten we om vandaag het kortste deel van de wandeling te maken. We ontbeten rond 8u (spek met eieren en fruitsap, een laatste stevige maaltijd zeg maar). Nog even de rekening betalen maar rekenen bleek niet de beste kant van het personeel te zijn. Het duurt een eeuwigheid en uiteindelijk rekenen ze nog 10€ te weinig. Nadien gingen we op zoek naar het startpunt. We liepen door het dorpje en kwamen toevallig iemand tegen die gisteren ook mee in het pension was. Hij gaf ons een lift in zijn pick-up tot aan het startpunt. Het pad ging meteen steil naar boven. Een klim in de volle zon was al direkt geen lachertje. We kwamen nog een groep Hollanders tegen die uit de andere richting kwamen en na een kort babbeltje gingen we weer verder. Na die eerste klim was het een stukje vlak tot een uitstekende rotspunt, daarna ging het weer even naar beneden om dan vervolgens weer te klimmen tot een kaap op 570 meter hoogte. Van daaruit was het dan nog een lange afdaling door laag, stekelend struikgewas tot op het Donata strand. Met ons waren ook nog wat Engelsen vertrokken maar die kwamen we een uur of twee later al weer tegen. De geel/zwarte E4 stangen waren duidelijk te zien en ook de talrijke steenmannetjes onderweg maakten de orientatie gemakkelijk. Na 5,5u stappen kwamen we rond 15.30u aan op het  Donata strand. De zee was onstuimig hier, dus van zwemmen kwam al niks in huis. Ik liep nog even naar de andere kant van het strand om het pad voor morgenvroeg al een stukje te verkennen. Dan maar relaxen op het strand. We kwamen nu al tot de vaststelling dat we voorzichtig moesten zijn met ons water. We waren vertrokken met ieder vier liter maar dat was voor zo’n tocht veel te weinig. Hopelijk klopte die tip van de pension uitbater dat er morgen een waterput te vinden in de buurt van een herder. Het strand, de zee en de ruige omgeving waren wel heel mooi. Om 17u30 hadden we het tentje opgezet en daarna gingen we “dineren”. Een paar sneetjes brood met hesp maar het lekkerste was ongetwijfeld het blikje cola dat we samen deelden. Dan was het genieten van de zonsondergang en rond 19u30 viel de duisternis in. Rond 20u. lagen we in onze tent. Het was die nacht volle maan en het was bijna net zo licht als overdag. Omdat het nog zo warm was in de tent hadden we de twee tentdeurtjes tegenover elkaar open gezet. Zo kwam er toch wat frisse lucht binnen. Uiteindelijk sliepen we toch een paar uurtjes.

Maandag 27 september 2004

Om 6u. lagen wel allebei al klaarwakker in onze tent te wachten tot het licht werd. Dan onze boel inpakken en ontbeten. We wilden zo snel mogelijk vertrekken om al zover mogelijk te stappen voor het echt warm werd. Rond 7.30u konden we onze tocht verderzetten. We liepen tot op het einde van het strand langs een smalle passage en daarna ging het terug de hoogte in. Onze watervoorraad was intussen al flink geslonken en we proberen om vanaf nu 30m. te stappen alvorens terug te drinken. Boven werd het terug platter en ging het in lichtjes dalende lijn tot het pad erg smal werd en langs een steile afgrond verder liep. Hier was het even opletten. Na 3uur stappen kwamen we aan op het Santoni strand, de tweede mogelijke overnachtingsplek. Dit strand was echter een rotsstrand en er liepen ook nog eens een heleboel beesten rond. Slapen was hier volgens mij onmogelijk geweest. We hadden dus een goede keuze gemaakt. We zetten ons onder een boom die wat schaduw bood want ondertussen was het weer flink heet geworden. De beesten hadden volgens mij allemaal dorst want ze kwamen allemaal rond ons staan. Een muilezel deed zelfs een poging om mijn fototoestel op te eten! Wat verder was een poortje en daar konden de dieren ons niet meer verder volgen. Het pad liep nu vlak tegen de zee. Je moest hier goed de merktekens volgen en kort tegen de rotswand aanleunen want het water beukte hier echt hard tegen de rotsen. Als het stormachtig weer is dan eindigt hier de tocht want dan is er geen doorkomen aan. We kwamen uit bij een grot en langs de andere kant stond inderdaad het huis van een herder. Volledig omheind en vol met bordjes van “keep out”. Volgens onze tipgever stond de waterput langs de rechterkant van het huis en het bleek gelukkig ook te kloppen. Alhoewel het water er niet erg fris uitzag vulden we toch terug al onze flessen. We hadden zo’n dorst dat we het risico om ziek te worden wel moesten nemen. Wanneer de emmer in de put viel was onze “refill” meteen afgelopen en gingen we weer verder. Wat dan volgde was een klim die ik nooit van mijn leven meer vergeet. In volle zon ging het steil tegen de berg op naar Tripiti, een oud Venetiaans fort. We zagen hier ongelofelijk hard af. Zonder het bijgevulde drinken hadden we zeker in de problemen geraakt. Boven zakten we een half uurtje onderuit en aten we wat. Het eten smaakte van geen kanten en het enige waaraan je nog dacht was DRINKEN. Om half één zetten we onze tocht verder, nu eerst een stuk naar beneden voorbij de restanten van de antieke stad Pikilassos. We zien ook geen E4 markeringen meer maar enkel steenmannetjes. We volgden deze dan maar. Het pad week wel wat af van de E4 route maar was niet echt om. We liepen nu in de richting van Agios  Antonios kerk. We kwamen nog een groepje Fransen tegen die net aan hun 2-daagse begonnen. Zij liever dan wij, dachten we allebei! Bij het kerkje leggen we ons nog een kwartiertje plat om wat ter rusten. In onze wandelgids lazen we nog dat je hier ook nog aan langs de zee aan zoetwater kon geraken door bronnetje die vanonder de rotsen naar de zee stromen. Het verhaal klopte nog ook. Alleen was het zoetwater al een deel vermengd met het zoute water van de zee en dus niet drinkbaar. We vulden opnieuw al onze bussen en gebruikten dit water om ons onderweg toch nog wat te verfrissen. Opnieuw ging het pad de hoogte in, gelukkig niet zo lang. Boven kwamen we een Duitser tegen die de streek goed kende en volgens hem was het nog anderhalf uur stappen van hieruit. Gewoon op karakter verder lopen en hopen dat we er snel waren, de lol was er lang af. Opnieuw ging het pad de hoogte in en boven zagen we voor de eerste keer Sougia liggen. Er volgde nog een afdaling over een brede, onverharde weg maar we sukkelden toch tot in het dorp. De eerste beste taverne vielen we binnen om te drinken. We bestelden meteen maar een grote fles water en 2 cola’s. Amai, dit smaakte echt. Even verder belandden we dan in pension Anchorage. Super gezellig kamertje, airco en beneden een overheerlijk restaurant. We dronken op het terras nog maar iets en sloegen een babbeltje met een koppel uit Noorwegen die hier blijkbaar al jaren kwamen. Nadien eindelijk een heerlijke douche en wat uitgerust op de kamer. Daarna gingen we terug naar beneden voor het avondeten. We moesten terug in onze bezwete wandelkleren kruipen want we hadden niks anders bij. Het beviel ons hier zo goed dat we maar meteen besloten om nog een nacht langer te blijven. Gelukkig werden we niet ziek van het water dat we vanmiddag gedronken hadden. We waren steendood en blij dat we in ons bed konden kruipen. Ons groot 3-daags wandelavontuur zat er weeral op. Besluit: mooie tocht, verkeerde keuze bagage (veel minder eten mee en andere rommel maar veel meer water), een tent bleek achteraf ook overbodig (tenzij misschien alleen een binnententje)

Dinsdag 28 september 2004

Vandaag gingen we voor een onvervalste rustdag maar eerst moest ik nog de auto oppikken die nog steeds op de parking bij de Samariakloof stond. Om zes uur uit mijn bed en om zeven uur eerst met de bus naar Agia Irini. Daar moest ik dan overstappen op een andere bus. Gelukkig had ik op de tweede bus een kaartje gekocht want er stapte zowaar een controleur op. Rond 8u was ik terug bij de wagen. Hij zag wat vuiler maar voor de rest alles ok. Rond 9u30 was ik alweer terug. We deden propere kleren aan en ruimden heel de boel wat op en brachten al onze spullen weer naar de auto. Nadien doken we het plaatselijke cybercafe om een aantal emails te versturen. Bij de bakker haalden we nadien wat koffiekoeken en dan ging het richting strand. Op het strand was het eigenlijk niet uit te houden van de hitte. Ongelofelijk dat wij 2 dagen in die hitte gestapt hadden. We hielden het dan ook al snel voor bekeken en gingen op het terras ene pakken. Nadien nog een lekker ijsje en dan terug het bed in gekropen want we waren nog allebei verschrikkelijk moe. Bovendien was op de kamer airco.  De eigenaar van het pension had zijn eigen vissersboot en ging ’s middags altijd verse vis vangen die je dan ’s avonds al op je bord kreeg. Het lekkere eten, de leuke kamer, de gezellige sfeer en het mooie strand maakten van Sougia onze favoriete strandbestemming. Zeker een aanrader voor een keer een weekje of zo te niksen. Onze rustdag zat er ondertussen al weer op, morgen reden we verder de westkust af.

Woensdag 29 september 2004

’s Morgens had ik opnieuw wat lekkere koffiekoeken bij de bakker gekocht. Nog een flesje chocomelk erbij en het ontbijt was weeral binnen. Rond een uur of negen waren we klaar om te vertrekken. Eerst naar Paleochora, een stadje ten westen van Sougia en volledig ingesloten door 2 stranden. Daarna ging het dan verder naar Elafonnisos, een soort droomstrand helemaal in het zuidwesten van Kreta. We probeerden het strand eerst nog te bereiken via de oude weg maar dat was met onze Hyundai Getz onmogelijk. Dan maar terugdraaien en het hele eind omrijden. Aan de staat van de wegen zag je duidelijk dat het zuidwesten van Kreta de minst toeristische kant van Kreta was. Overal putten, smalle baantjes en massa’s steenslag op de baan. Na een lange tocht waar we hier en daar nog wat bussen en mobilhomes hadden voorbijgestoken bereikten we het strand. Inderdaad, erg mooi maar naar mijn goesting al veel te druk. Naast ons op het strand lag één of andere Italiaanse pornoster te pronken met al haar kwaliteiten. Om 14u hadden we het hier wel gezien en pakten we ons boeltje in. We reden verder langs de prachtige westkust. Erg mooi en ruw. Nu begon de zoektocht naar een leuke overnachtingsplek. Eerst probeerden we het “Sandy beach” maar echt gezellig was het er niet. Net voor het strand van Faloussa stopten we nog om wat inkopen te doen. Volgends de trotter is het strand van Faloussa het mooiste van alle stranden op Kreta en dit zou best wel eens zo kunnen zijn. Weinig volk, een prachtige ligging en goudgeel zand. Dit is zeker een plek om in het achterhoofd te houden mochten we ooit nog terugkomen. Buiten het strand was er wel niks te zien. We aten wat en reden nadien weer verder naar het schiereiland Gramvousa.  Ook hier weer niet veel aanbod aan logies. Dan maar weer verder naar het volgende schiereiland Rodopoes. Supergezellig maar ook weer niks aanbod van kamers. Jammer. Waarom er zo weinig aanbod aan kamers was viel ons nadien op toen we verder richting Chania reden. Heel de noordkust stond barstensvol hotels. Uiteindelijk strandden we terug in Chania. Hier was het nu een pak rustiger als vorige week en we vonden zelfs een parkeerplek. De eerste logies waren te duur maar dan vonden we voor 25€ slaapgelegenheid in een oud klooster. Super gezellig. De muren van het klooster stonden nog overeind en het pension was er zo’n beetje ingebouwd. Bovendien was er ook nog een koelkast op de kamer en zelfs airco. Het was al laat en na een lekkere douche doken we dan de stad in. Chania is beslist de leukste stad hier op Kreta. Allemaal smalle straatjes en leuke winkeltjes. Enige nadeel waren alle superopdringerige obers die de oren van je kop zagen.  Eentje was erin geslaagd om ons aan tafel te krijgen met een gratis glas wijn en een “very romantic table” maar toen we de prijzen zagen hebben we het vlug op een loopje gezet. Uiteindelijk belandden we dan in restaurant Sirimani, een beetje achterin gelegen maar wel rustig en lekker eten. 

Donderdag 30 september 2004

Rond een uur of negen ’s morgens begonnen we aan een ochtendwandeling door Chania. De obers hingen het zelfs van ’s morgens vroeg al uit. Chania is zonder meer de mooiste stad van Kreta en zeker een plek om een paar dagen te blijven hangen. Bij Kri-Kri keramiek kochten we voor 28€ ons enige souvenir uit Kreta, een vaas. We lieten de vaas nog even bij de vriendelijke eigenaar staan om eerst nog wat rond te wandelen. We bezochten nog de markt, de minaret (wat niks voorstelt) en de oude haven. Daarna pikten we onze vaas op en reden we verder naar Rhethymnon. Na een tankbeurt parkeerden we de auto en liepen we rond het oude Venetiaanse de binnenstad in.. De stad is trouwens bijlange niet zo mooi als Chania.  Daarna reden we met de wagen opnieuw de bergen in. Het bergdorp Anougia was een verhaal apart. Toen we een dorpje voor Anougia over 20 verkeersdrempels moesten vroegen we ons nog af waarom ze dat hier deden. Maar even later werd dit meteen duidelijk. Rondscheuren met een pick-up of een ander voertuig was duidelijk het favoriete tijdverdrijf van de Anougiërs. Klein mannen die amper met hun kop boven het stuur kwamen scheurden vrolijk door het dorp met pa of ma ernaast. De plaatselijke bandenhandelaar moet hier enorm veel werk hebben want op een laagje rubber wordt hier niet gekeken. Een kamer vinden was ook al zo’n rariteit. Eerst vroeg ze 30€ voor een kamer, maar toen we dat te duur vonden en wilden vertrekken gooide de eigenares er nog een ontbijt(je) tegenaan. De badkamer was op de gang maar omdat er toen nog geen andere gasten waren namen we de kamer maar. Dan riskeerden we het om langs de baan naar het centrum te wandelen. Beneden dronken we een pint in de taverna en toen de eigenaar vroeg waar we vandaan kwamen en we “Belgio” zeiden werden we prompt vergeleken met fascisten en moesten we 2 keer zoveel voor ons bier betalen als ergens anders (4,7€). Dan maar terug naar het pension waar er tot onze grote verbazing nog 2 koppels waren bijgekomen. Naar het toilet gaan of douchen werd dus ook al moeilijk. Het was ondertussen al donker en buiten op de straat scheurden een aantal (steeds dezelfde) auto’s op en neer. Toen ik per ongeluk het buitenlicht aanknipperde stond de vrouw des huizes al direkt op de deur te kloppen (in totaal drie keer die avond). Toen ik me met mijn pitta en een pint bier op het terras zette (en dus weer het licht aanstak) stond die vrouw weeral op de deur te kloppen. Allemaal zot zijn ze hier in dit dorp. Gelukkig is dit maar voor één nacht en rijden we morgen héél vroeg al weer verder naar het Nidha plateau aan de voet van de Psiloritis.

Vrijdag 1 oktober  2004

Met een weekje vertraging maar nu konden we er toch voor gaan ….. de Psiloritis. Met zijn 2456m. hoogte is dit het dak van Kreta. Het weer was nu wel heel goed, een stralende blauwe hemel. Gelukkig waren we vorige week niet gegaan. Om 7u. hadden we heel onze boel al ingepakt en gingen we ontbijten. Nu zagen we pas dat, buiten een Spaans koppel, er ook nog een Oostenrijks koppel in het pension had geslapen. Daarom was natuurlijk die badkamer altijd bezet. Het ontbijt stelde niet veel voor maar we hadden toch iets gegeten. De eigenares gaf na het afrekenen nog een kaartje mee maar ik denk niet dat ik daar geen goeie reklame voor ga maken. Deze overnachting was qua prijs-kwaliteit verhouding zeker het slechtste. Het feit dat we nog wat druiven en basilikum meekregen kon hier niet veel aan veranderen. Van hieruit ging het met de wagen naar het Nidha plateau.  Om 8.20u begonnen we aan de tocht. We vonden we in de beginfase ook geen markeringen. We zochten dan maar onze eigen weg tot aan een klein dalletje waar we terug op de E4 markeringen stuitten. Daar ging het rechts in lichtjes stijgende lijn, nog altijd geen moeilijkheden. Op een bergpas houden we een eerste pauze. Een soort reuzehommel profiteert hier mee van en kruipt in onze eetzak. Nadat ik wat met de zak had geschud vloog het beest half versuft weg. Het uitzicht vanaf de bergpas is prachtig, zeker met dit heldere weer. We stapten in noordoostelijke richting verder, eerst nog licht stijgend, dan een eerste afdaling. Daarna terug de hoogte. Boven hadden we voor het eerst uitzicht op de eigenlijke top en het Timios Stavros kapelletje. Maar eerst redelijk steil terug naar beneden. Hier sloot het pad dat van Kamares komt aan op onze route. Nu bleef het klimmen tot aan de top. Moeilijk was de klim nooit, het is alleen ellendig lang (1200 hoogtemeters). Wanneer we bijna boven waren, liep het Spaans koppel alweer terug naar onder. Om 12.45u stonden we dan op het dak van Kreta. Ik nam natuurlijk al een pak foto’s en we lieten een kaarsje branden in het kapelletje. Toen ik het klimboek aan het invullen was stond er plots nog een Duits koppel voor onze neus. Heel raar want we hadden ze tijdens de klim nooit opgemerkt. Vriendelijk koppel afkomstig uit Köln, niet zo ver van ons dus. Ze kampeerden ergens onderaan de berg en waren iets na ons vertrokken. Volgens ons hadden ze al dagen niemand gezien want het waren twee spraakwatervallen. We kwamen nog tot de vaststelling dat achter het kapelletje nog een waterput was, heel vreemd zo op deze hoogte en op zo’n afgelegen plek. Na een uurtje namen we afscheid en ging het weer naar onder via dezelfde weg. Vlak onder de top kwamen we nog een koppel tegen. In totaal bereikten dus 8 mensen vandaag de top. Best nog veel vind ik. Bijna beneden kwamen we nog de Oostenrijkers tegen die een nachtje op de berg hadden gepland. Ze waren vanmorgen vanuit Anougia vertrokken met ieder 2 rugzakken en waren nu dus pas aan de eigenlijke beklimming begonnen. Om 16.45u waren we terug aan de auto. We wilden overnachten in het bergdorpje Ano Zaros en hadden zo dus nog een heel eind rijden voor de boeg. Eerst terug naar Heraklion om dan van daaruit terug zuidwaarts te rijden over de bergen. Het was dan ook bijna donker toen we daar aankwamen. Maar de lange rit loonde de moeite. Meteen voelden we ons op ons gemak in hotel Keramos. Een prachtige ligging, supervriendelijke gastvrouw en een mooie kamer. De Trotter reisgids had zeker gelijk dat dit een aanrader was. Ook het taverne waar we daarna iets gingen eten was supergezellig. Spotgoedkoop en grote porties. Dit dorp was na één avondje al meteen gebombardeerd tot gezelligste plek in de bergen. Een heel ander gezicht dan gisteren in het ongastvrije Anougia. Met een fleece aan is het buiten op het terras best nog aangenaam en we bleven nog tot 22u30 plakken. Dan maar ons bed in. Weer een lange, maar mooie dag voorbij.

Zaterdag 2 oktober  2004

Vandaag onze laatste stapdag alweer. We sliepen lekker uit tot 8u (ik was al wel lang wakker door het gekraai van een stomme haan) en daarna alweer de volgende verrassing. Een typisch Kretenzisch ontbijt met tal van gebakjes, cakejes, taartjes, teveel om op te noemen. We geraakten aan de praat met een Engels koppel uit het Lake District. De man had wel wat weg van een typische Engelsman met zijn tatoeages en de vele liters bier die hij kon verzetten maar toch konden ze alletwee wandelen als de beste. Eergisteren hadden ze ook de Psiloritis gedaan en gisteren nog een zware tocht. Zoveel energie zat er bij ons niet meer in. Er ontstond nog een grappige situatie toen de man de weg vroeg naar de zuidkust. Hij vroeg aan mij iets in het Engels dat ik op mijn beurt vertaalde in het Duits en dat hij dan weer in het Grieks moest vertalen voor zijn moeder. Een hele wirwar. Op den duur zou je al vergeten dat wij eigenlijk Vlaams praten. En dan bleek nog dat hij niet kon vertrekken want aan de ingang van de straat hadden ze een camion zand gelost en die blokkeerde de hele straat. Rond 11u begonnen we aan onze laatste wandeling. Zoals al een paar keer gebeurde vonden we ook nu het vertrekpunt niet. De wandeling naar de Rouwas kloof begon bij een mooie forelvijver. Hier komen vooral veel Grieken omdat dit de enige plaats op Kreta is waar je zoetwatervis kon eten. Het was opnieuw erg heet en we moesten zo’n 600 meter stijgen. De kloof is zo’n beetje een mini Samaria kloof, met overal ook bordjes en kilometerpalen. De tocht eindigde bij een klein kerkje. Daarna ging het via dezelfde route weer naar onder. Aan de forelvijver beneden dronken we nog een pint en tot onze verbazing sprak de garcon Nederlands. Op de kamer legde ik mij nog een uur of twee plat, want ik voelde mij moe. Sandy ruimde ondertussen de boel al een beetje op. Ik ging daarna nog eerst onze vlucht bevestigen want dat ging vanmorgen nog niet. Voor ons laatste avondmaal gingen we opnieuw naar taverne Oasis.  Ano Zaros was echt een prachtdorp en zeer zeker het aangenaamste verblijf in de bergen op Kreta. Hier zou ik gerust een week ofzo kunnen zitten. Maar ja, niks aan te doen morgen weer naar huis.

Zondag 3 oktober  2004

Omdat onze vlucht pas vanavond laat was konden we het rustig aandoen vandaag. We namen ontbijt pas om 9 uur en opnieuw propten we ons vol met lekkere koeken. Nadien vulden we nog het gastenboek in en we kregen zelfs nog een plastiek zak vol theekruiden mee. Dan reden we met de auto naar Malia. Eerst toch maar eens even kijken in Cherchonnissos, het Mekka voor de massatoerist. Eigenlijk was het er nu best wel rustig maar het was ondertussen ook al oktober natuurlijk. Dan weer verder naar Malia en op zoek naar een mooi stukje strand. Die blijken hier helemaal niet te zijn en uiteindelijk gingen we voor het afschuwelijke “Famous beach”. Het zou er “fun & free” moeten zijn maar het trekt op niks. Vuil, allemaal rots, geen plek, nee ons laatste strandavontuur was een afknapper. Om een uur of één hielden we het niet meer uit en reden we terug naar Agios Nikolaos, zo’n 40km. verder. We waren er al wel eens geweest maar we hadden toch nog benzine genoeg en het was er best aangenaam. Dan maar op het gemakske naar Heraklion, onze laatste bestemming. Wat de Trotter reisgids over Heraklion vertelt, klopt perfect. Er is geen bal te zien. Allemaal beton, ongezellig, veel lawaai, druk. De bezienswaardigheden zijn op één hand te tellen en het historisch museum, het enige pluspunt aan deze stad, vonden we niet. Dan maar terug naar het centrum gelopen en ergens op een terras een pint gaan pakken. Plots verschijnt ook het Noors koppel terug waar we al kennis mee hadden gemaakt in Sougia. Ze schoven mee aan onze tafel en we sloegen nog een babbeltje. Altijd leuk om zo wat te horen over Noorwegen. We kregen een bevestiging dat alles daar duur is, een pakje tabak 18€, bier enzo zijn onbetaalbaar. Daarom kwamen onze Noorse vrienden hier regelmatig om hun eigen kompleet maf te roken en te zuipen. Een uurtje later reden we verder naar de luchthaven, de auto ingeleverd en wachten maar op de vlucht. Terwijl we daar wat rondliepen botsten we weer op die Noren, ditmaal toch echter voor de laatste keer. “Have a nice life”; zei hij en hopelijk wordt dat ook zo. Als al onze verdere reizen zo plezant en zo mooi als deze worden dan kan het eigenlijk niet mis gaan………………..

mijn andere pagina's over Kreta:

     RONDREIS ] TIPS&INFO ] [ REISVERSLAG ] WANDELINGEN ]